De Week van Excelsior-PSV

Dankzij ‘Find Focus’ en ‘Dämpfen, Stützen und Führen‘ spraken we vorige week over de onvermijdelijke globalisering én localisering van het voetbal. De globalisering waarin Machester, Londen, München, Madrid en Barcelona als wereldmerken los komen van hun geboortegronden en wereldwijde spelers worden – met fans en shirts van Chili tot Japan. En de localisering waarin clubs in Amsterdam, Glasgow, Dortmund, Porto steeds dieper in hun geboortegrond wortelen en de plek worden waar potentiële wereldspelers zich op hun globale rol voorbereiden.

 

Wat betekent dit nu voor mijn Eindhoven, en mijn PSV? Allereerst: de binding van de club met de stad en inwoners neemt verder toe. Gaat het de stad goed, dan gaat het de club goed. Gaat het de club goed, dan gaat het stad goed. En daarop doorgaand: de sociale activiteiten van de club in de stad zullen toenemen, zoals het 1913-Ziekenhuis tot aan sociale werkplaats-activiteiten op en rond het stadion. Ook nemen het aantal Barcelona, Messi en Zlatan-shirtjes in de stad verder toe, net als het aantal openlijke (rood-witte) en verdekte (1913) PSV-shirts. Met de toenemende maatschappelijke relevantie van PSV zal ook de noodzaak tot duurzaam en verantwoord ondernemen toenemen. PSV shirts zullen niet meer in grote hallen in Bangladesh worden gemaakt (waar ze wél Barcelona-shirts maken), maar in kleine microkrediet onderneminkjes in Noord-Afrika (‘de Affelay-Company’) en werkplaatsen voor herintreders in Helmond (‘De Berry-Hal’). Daarmee zeggen wereldmerken als Adidas, Nike, Heineken en Apple ons gedag, en doen Fair Trade, Max Havelaar en gerecycled plastic in en rondom ons stadion hun intrede.

 

Mooi gezegd, Geert, en een beetje idealistisch misschien. Maar wat merken wij daar in het stadion zelf nu van? Géén Champions League, wél Europa League. Géén hamburgers, maar gepofte maiskolven. Geen Snickers maar Tony’s. Rest eigenlijk maar één vraag. Ons eigen Bavaria? Onze eigen Guus Meeuwis? Helaas. Die blijven. Lang leve de globalisering. Bavaria is geen Heineken. Guus is geen Enrique. Ze blijven. Nog heel lang. Het is niet anders.

 

 

 

In 'De Week Van' geeft Geert Roovers zijn beeld op de wedstrijden van PSV, en meer.

 

 

De Week van PSV-Excelsior

Gisteren speelde PSV, vandaag is Eindhoven wit. Voor mijn raam schuifelt de oude buurvrouw van tien huizen terug over het witte dek. Krampachtig houdt ze een fiets vast. Ze laat haar hondje uit. Tot twee jaar terug deed ze dat met haar zus, maar die is overleden. Twee kinderen van schuin tegenover glijden met hun schuiver voorbij, een gemengde baan van sneeuw en stoep achterlatend. Voor de rest blijft iedereen binnen. Nog niemand heeft zijn stoep schoongeveegd. Nog niemand heeft een sneeuwpop gemaakt.

 

Afgelopen week nam Obama afscheid, net als Luciano Narsingh. Ons wacht Trump en Van Ginkel. We moeten acht punten inhalen en achter het wit in mijn raam schuilt onzekerheid en polarisatie. Auto’s rijden weer door rood, en zelfs ouderen steken hun hand niet meer uit als ze rechtsaf willen. Dit wit vraagt om Last Christmas, Garmisch-Partenkirchen en Glühwein. Maar het brengt boze en bange mensen.

 

Gisteren speelde PSV, vandaag is Eindhoven wit. We moeten naar buiten. Opstaan. De sneeuw in. En dan vind ik het zelfs prima als Feyenoord kampioen wordt.

 

In 'De Week Van' geeft Geert Roovers zijn beeld op de wedstrijden van PSV, en meer.

 

 

De Week van Feyenoord-PSV

De carnaval is voorbij. De competitie is voorbij. Mijn kinderen liggen in coma hun roes uit te slapen. De kranten spreken over ‘onvoldoende honger’. Ook mijn maag voelt nog vol.

De carnaval is altijd een wat vreemde tijd. Je gaat er voor, of helemaal niet. Doe je het half – zoals ik – dan is het een vreemde tijd. Je verkleedt je. Je bent ieder jaar óf Pablo El Bandito, óf Jules Deelder. Maar de kleren van Pablo en Jules worden elk jaar sleetser. En het moment dat je besluit dat het toch  weer nieuwer moet, is het te laat. Dan moet je namelijk al de bus pakken. En na een zaterdag vól gas, en een zondag half gas, sluip je maandags en dinsdags een stil en stinkend huis uit. Om ’s avonds terug te komen in de geur van shoarma en haarlak, en omgeven door schorre stemmen. Met een wee gevoel van wat ik mogelijk heb gemist, maar waar ik toch niet op zat te wachten.

De zondag van carnaval is ook het volgen van Teletekst tijdens de optocht. PSV speelt altijd uit. Maar gelukkig was dit jaar ook mijn honger een stuk minder. Dit jaar had ik mij voorgenomen me minder druk te maken over gelijke standen, verloren punten en stomme wissels. Om zo de gemiddelde zondag iets dragelijker te maken. En ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de spelers mijn voornemen hebben aangevoeld. En het een goed idee vonden. Zodat ook zij bij terugkomst thuis wat vriendelijker waren. En om zeven uur gewoon samen met hun vriendin nog even een filmpje konden pakken.

 

Deze carnavalszondag verloren wij van Feyenoord. Een Feyenoord dat ditmaal niet áchter, maar vóór ons stond. En vol op weg is naar het eerste kampioenschap in bijna 20 jaar. Het is ze gegund. Ik kijk er naar uit. Eind april ga ik naar de Coolsingel. Met een volle maag.

 

In 'De Week Van' geeft Geert Roovers zijn beeld op de wedstrijden van PSV, en meer.

 

 

Bodemcolumn

De vervangingsopgave klopt op de deur!

 

Enkele jaren geleden mocht ik Rijkswaterstaat helpen bij het omgaan met hun vervangingsopgave natte kunstwerken. Het bleek dat al hun stuwen, sluizen, keringen en duikers de komende decennia voor een groot deel einde levensduur zouden geraken. Veelal in de 20e eeuw ontworpen met een levensduur van 80 tot 100 jaar, en daarmee een majeure opgave. De Minister reserveerde zo’n 300 miljoen euro per jaar, maar vroeg wel om een onderbouwing. En die hebben we gegeven.

 

Nu zie ik ineens de vervangingsopgave ook in onze bodemwereld opdoemen. Gemeenten die forse delen van hun rioolstelsel moeten gaan vervangen. Waterleidingbedrijven die aan de slag moeten. En natuurlijk al die plekken die ‘van het gas los’ willen geraken en daarmee het gasnet gaan omvormen. Daarmee raken we direct één essentie van de vervangingsopgave. Vervanging vindt plaats omdat de infrastructuur technisch op is, óf omdat hij niet meer aan huidige eisen en wensen voldoet. En we zien dat het steeds vaker de tweede reden is, in plaats de eerste. Ontwikkelingen gaan steeds sneller, waardoor vervanging eerder nodig is omdat infra niet meer aan zijn functie voldoet, dan omdat de infra technisch aan zijn einde is. Een tweede essentie is dat – mede vanwege de hoge investeringen – de vervangingsopgave aanleiding is tot heroverwegingen in het infrastructurele systeem. Als we dan toch gaan vervangen, én er veel geld in stoppen, laten we dan direct nadenken of we de dingen ook anders willen doen. Anders zitten we er weer tientallen jaren aan vast. De ‘van het gas los’ operatie is daarvan een voorbeeld.

 

De komst van de vervangingsopgave leidt dus tot méér focus op de snel veranderende gebruikswensen en een ‘window of opportunity’ voor heroverwegingen. Dit heeft belangrijke consequenties voor beheerders. Zij moeten mee gaan doen in het maatschappelijke debat. Zo dat de heroverwegingen plaatsvinden op die plek waar ze horen: in de maatschappij. Zij moeten andere functies en belangen toestaan gebruik te maken van hún infrastructuur. Zich open stellen dus. En zij moeten flexibel gaan ontwerpen. Omdat ontwikkelingen zo snel gaan, moet infra makkelijker en sneller aanpasbaar zijn. Aan nieuwe wensen over 5 jaar, die wij nu nog niet kunnen voorzien.

 

De vervangingsopgave klopt op de deur. Een op het oog technische exercitie. Maar niets is minder weer. De vervangingsopgave luidt een hele nieuwe periode in van omgaan met infrastructuur. Ook ondergronds.

 

Deze Bodemcolumn verscheen in december 2017 in Bodemnieuws.nl

 

 

Pagina 10 van 10

«StartVorige12345678910VolgendeEinde»