De weken van 'Athletico heeft een Groot Hart'

Het waren de weken van Madrid vs. Madrid. Van de Bende van Athletico vs. de Sterren van Real. Van de Argentijnse straatvechter vs. de gesoigneerde pasta-eter. Van de rood-witte Armada vs. de maagdelijk witte Galacticos. Van het Volk vs. de Glamour. Met afgelopen zaterdag de apotheose. Real pakte La Decima,

 

Het waren dan ook de weken van het Madrileense frame. Voor wie het niet weet: een frame is een wijze van communicatie waarmee doelbewust situaties in eigen voordeel worden gedraaid. Zoals de 'Tsunami van Islamisering' van Geert Wilders, de meester van het frame. Of 'Ben jij nou zo dom of ik zo slim', het onbedoelde frame waarmee Louis van Gaal de gehele journalistiek op één hoop te kijk zette. Het Madrileense frame was subtiel en alom aanwezig: 'Athletico heeft een groot hart'. Een frame ook dat alle wetenschappelijke kenmerken van een frame bevatte. Een frame heeft namelijk zes belangrijke kenmerken: het blijft plakken, we kunnen het er alleen maar mee eens zijn, er zit een schurk in, de tegenstander moet er in trappen, het appelleert aan een onderbuik gevoel en het geeft uitweg aan een moreel dilemma.

 

'Athletico heeft een groot hart' werd subtiel tot ons gebracht. Centraal stond coach Diego Simeone, de straatvechter die in een onberispelijk maffiapak - John Travolta droeg het in Pulp Fiction - zijn team en publiek continu in vuur en vlam zet. De volksjongen uit Buenos Aires die tijdens de warming-up voor elke wedstrijd vijf minuten met vrouw en kinderen belt, achtergebleven in Argentinië. Een persoonlijke opoffering voor het grotere doel. Een man vanuit ons midden. Een man met een groot hart. De centrale rol van Diego Simeone wordt ondersteund door de vergelijkingen met andere clubs ('het Feyenoord van Spanje'), de verhalen over recente degradaties, het rommelige Estadio Vicente Calderon en het licht dat de club in sombere Spaanse tijden voor het Madrileense gepeupel is. Een team zonder sterren. Eén voor allen, allen voor één. Een baken van hoop in de toenemende globalisering en commercialisering van het mondiale voetbal.

 

Daar tegenover staat het beeld van de Galacticos van Real, onder leiding van de onberispelijke Milanese modekoning Carlo Ancelotti. De club die boven alles uitstijgt. Een commerciële machine die tot in de diepste uithoeken van Azië zijn maagdelijk witte shirts aan de man brengt. Een merk dat € 94 miljoen betaalde voor het merk Christiano Ronaldo en € 100 miljoen voor het merk Gareth Bale. En deze € 100 miljoen was de laatste weken het meest genoemde geldbedrag uit de historie van de TV. Real, de club van het grote geld, het grote merk en de grote namen. Waaraan zo nu en dan fijntjes de vroegere band met dictator Franco werd toegevoegd.

 

Een écht frame dus. Het volkse, opstandige, karakter van Athletico bleef plakken. Een club voor het gepeupel, iedereen sprak over passie. Real Madrid, Gareth Bale en Christiano Ronaldo waren de schurken, die volledig los waren komen te staan van mensen zoals u en ik. Mensen die elke dag van 8 tot 17 uur hard moeten werken, of misschien zelfs geen werk hebben. Mensen met zorgen over geld, kinderen en buurt, en met dromen die ooit misschien toch werkelijkheid zouden kunnen worden. Iedereen was het er over eens. Real als de perverse, Koninklijke, uitwas van het hedendaagse voetbal. De verpersoonlijking van de macht van het geld. En daartegenover Athletico: het nieuwe baken van licht, onder leiding van onze nieuwe socialistenleider Diego Simeone. Ché is dood, lang leve Diego!

 

In dit frame keek ik afgelopen zaterdag naar Athletico-Real, de finale van de Champions League. En ik zag dat beide teams volledig in het frame waren gestapt. De cast was perfect. In het rood-wit een stel lelijke, onbehouwen Spaanse en Zuid-Amerikaanse jongens. Juanfran, de jongen die zomers de camping bestiert, het gras maait en de vuilnisbakken leegt. David Villa, die de bar en de receptie doet. Sosa is uitsmijter bij de plaatselijke disco. En Thibaut Courtois, de slungelige puber uit Wallonië, die zojuist als toekomstige schoonzoon kennis is komen maken. Zijn vader is werkeloos mijnwerker. Daartegenover het Wit. Het zojuist nog in de kleedkamer gecoiffeerde hoofd van Ronaldo. Het subtiel opgeschoren kapsel van Benzema. De nonchalant vastgezette kroesjes van Marcelo. En de urenlang bijgewerkte baard van Carvaljo. Zelf een robuuste verdediger als Sergio Ramos kan niet anders dan dagelijks zijn koffie bij de kapper drinken. Het frame was compleet. De regie totaal. En ik kon maar één ding denken, ehhh, …. voelen. De redding is nabij. Athletico heeft een groot hart.

In 'De Week Van' geeft Geert Roovers zijn beeld op de wedstrijden van PSV, en meer.