Voetbalverhalen: Ervoor en erna

De weken van Louis van Gaal

De bal rolt weer. De zomer heeft mij zowel in Italië als in Nederland niet kunnen verwarmen. De wereld staat overal in brand. En die rollende bal heeft zowel in Tilburg vorige week als gisteren in Eindhoven mijn zorgen niet kunnen wegnemen. Niet over de wereld, niet over PSV. De uitslagen verbergen veel. Dit wordt niet ons jaar.

Toch was het, voor iemand met interesse in organisaties, teams en communicatie, een briljante zomer. En dan heb ik het nog niet eens over mensen met interesse in psychologie. Het was namelijk ook de zomer van Louis van Gaal. Kijkend naar Oranje op het WK, de presentatie en voorbereiding van Louis in Manchester en de reacties van spelers, directeuren en media op Louis: we zouden er management boeken en collegereeksen mee kunnen vullen. Over het belang van de samenhang tussen strategie en competenties, over ultieme scherpte in analyse en voorbereiding, het adaptieve vermogen van een organisatie en de stuwende kracht van gedeelde waarden en normen. Het wachten is op de eerste publicaties.

Hoewel, wachten? Een kleine research stuit op een artikel in NRC, op 21 mei 2014. Een handreiking van Peter Zantingh aan de Britse Sportpers. Een mooi college omgaan met Louis van Gaal. Of nog beter: de theoretische basis voor het omgaan met dominante leiders in communicatie en media. Hoofdstuk 4 in het Handboek voor de Nieuwe Journalist. Het resultaat van een psychologische analyse van charismatische, autoritaire leiders in Science. De eerste wetenschappelijke management spin-off van de Zomer van Van Gaal. Bij deze. De ‘Tien regels voor het interviewen van een Charismatische Autoritaire Leider’:

  • 1. Be prepared for any possible mood Contrary to many other managers, whether the match is won, drawn or lost is no indication whatsoever of Van Gaal’s mood. Even if he has won and seems to be quite happy, one wrong question can - and will - put him off.

  • 2. Start neutral Begin with a question about the match just played. “How did your team do?” or “What did you think?” will suffice. “You must be very disappointed” will not. That is because the match you saw and the match he saw can be very different ones. Mr. Van Gaal is perfectly comfortable declaring that a 0-3 loss at home to Sunderland was his team’s best game all season, just because his players were doing what he told them to do. It’s not always about what ends up on the scoreboard. Don’t enter the interview thinking it is.

  • 3. Don’t introduce yourself Or else he’ll know your name, remember it and use it against you. You will not be some anonymous guy with a microphone and a cameraman on his side; you will be Gary, or Clive, or Tony, with whom he will or will not have a feud from the get-go. (He will.)

  • 4. Stay on topic If the interview is about the game, you talk about the game. Not about the next game, transfer rumours or whatever happened on the training pitch. Every question about anything else than the game just played will derail the conversation.

  • 5. It’s his language now, not yours Mr. Van Gaal will come up with new additions to the Oxford Dictionary. In Germany, he inadvertently (or was it?) introduced the phrase Der Tod oder die Gladiolen, a Dutch saying meaning literally “death or the gladioli”: all or nothing. This is because if Mr. Van Gaal speaks your language, it is no longer your language, it’s his. It is not Mr. Van Gaal who has trouble speaking English, it is you, for not going along with his obviously much better interpretation of it.

  • 6. Try to avoid the meta-interview An interview with Mr. Van Gaal will almost inevitably wind up being an interview about the interview, or more specifically, him asking questions about your questions. This will be the moment you feel the conversation is slipping away from you. Switch back to the studio, or it will end up on YouTube.

  • 7. Don’t repeat the question Never mind - you will fail at this. You won’t fool him, even if you think your follow-up question is a cleverly rephrased, well disguised one. He’ll say: “I just told you”. This is inevitable. Don’t try to avoid it, just try to get over it as smoothly as possible, like you would at a speed bump.

  • 8. Keep on your toes At some point, you will think Mr. Van Gaal is joking. Sure, he does it with a straight face, but he’s joking, he must be. He’s mocking you. Or is he really this angry about this little thing you just said? No - it can’t be. You start to stammer. Ha! He’s just taking a… wait, is he? You will never know, as only Mr. Van Gaal knows. And he never breaks character.

  • 9. Distinguish fact from opinion This is hard, as only Mr. Van Gaal can determine which are facts and which are opinions. Which team was disadvantaged by the ref, or which team should have won based on the number of chances? He, and only he, will have the answer. These are the facts. Your facts are opinions. After the 1-1 draw of The Netherlands against Ecuador last Saturday, he called the 0-1 an “unfortunate ball moment”: nothing to do about it. In Mr. Van Gaal’s world, this makes perfect sense. In your world it may not, but you are not to point this out, as he will call you dumb.

  • 10. Stay under three minutes Try to get everything you need within that window. After that, the chances of hitting a conversational speed bump will statistically rise. You’ll start wandering into other realms of conversation (how about this or that rumour, Mr. Van Gaal?), or you will ask a question a second time, or he will say you did. After that, you’re on your own. Good luck, mate.

Volledige artikel? Klik hier.


In 'De Week Van' geeft Geert Roovers zijn beeld op de wedstrijden van PSV, en meer.
 

De weken van Piketty en the American Dream

In zowel het dag- als weekblad dat ik lees, stond de afgelopen week Thomas Piketty centraal. Deze Franse econoom schreef een schijnbaar baanbrekend boek over de toename van inkomensongelijkheden: Capital in the 21th Century. In zijn boek toont wetenschapper Piketty aan dat de komende eeuw steeds meer kapitaal bij een steeds kleinere top zal ophopen. De rijken worden sneller rijk dan de economie zal groeien. Zoiets. En ondanks de politiek gekleurde reacties ('de nieuwe Karl Marx') en een aantal statistische rekenfouten, blijven de twee hoofdelementen van zijn verhaal in de discussie solide overeind. De ongelijkheid in de westerse maatschappijen is nog nooit zo groot geweest sinds het einde van 19e eeuw. En deze ongelijkheid neemt toe zolang het rendement op kapitaal groter is dan de economische groei. De these van Piketty is natuurlijk interessant, maar een misschien nog belangrijkere notie is zijn enige oplossing: extreme belasting op grote vermogens. Een oplossing waarvan hijzelf aangeeft dat deze politiek niet haalbaar is. Geen oplossing dus. We zitten in een Catch 22.

 

We kunnen de bevindingen van Piketty natuurlijk ook op het voetbal projecteren. Dankzij de instelling van de Champions League en de toenemende vercommercialisering en globalisering, is het rendement op het veldkapitaal groter dan de totale economische groei van clubs. In normale taal: Real heeft het meeste geld, koopt de beste en commercieel meest aantrekkelijke spelers, wint daardoor, krijgt het meeste prijzengeld, verkoopt de meeste reclames en shirts, en kan daardoor weer de beste nieuwe spelers kopen. Logisch cirkeltje, hebben we geen Piketty voor nodig. Komt bij dat die steeds rijker wordende rijken van Piketty uit gekkigheid niet weten wat ze met dit kapitaal moeten doen. En dus een voetbalclub kopen. Of zelfs een WK.

 

Het interessantste aan Piketty is zijn impact op de discussie in Amerika. Daar waar in zijn moederland Frankrijk iedereen de schouders ophaalt ('wisten we toch al'), raken Piketty's bevindingen de kern van het Amerikaans bestaan: the American Dream. De basis waarop de Amerikaanse gemeenschap is gebouwd. Iedereen is gelijk, iedereen kan rijk worden, als je er maar in gelooft en voor werkt. Deze droom blijkt dus niet meer mogelijk. Jouw ouders bepalen jouw status, niet jouw werklust. Geen meritocratie meer, maar aristocratie. Ze zijn terug bij het door hen ontvluchtte Europa van de 19e eeuw.

 

En het is juist deze conclusie die in ons land stof zou moeten doen opwaaien. Want als de American Dream niet meer bestaat, bestaat ook de Dutch Dream niet meer. De dream dat wij, door superieure techniek, talent en een eigen speelwijze, zo nu en dan nog een Europese Prijs zouden kunnen winnen. Dat mijn PSV, en jullie Ajax en Feyenoord, als een Robin Hood toch nog eens een Champions League finale zou kunnen halen. En misschien wel winnen. Vergeet het dus maar! Bayern, Real, Barca, wat Engelse clubs en PSG. ZIj zullen komende 50 jaar om ste beurt de Champions League winnen. En In shirts, reclames en voetbalspelletjes het voetbalgezicht van de wereld bepalen. Wij blijven lokaal. In Nederland. We zijn lokale clubs, met een sterke locale sociale binding. Maar we winnen niets meer. Dankzij Piketty weten we dit nu ook wetenschappelijk zeker. Het zal niet veranderen. Mijn gewaardeerde Ajax-, Feyenoord- en PSV-vrienden : we zitten samen in onze eigen Catch-22. Wat we ook willen. Of dromen.

In 'De Week Van' geeft Geert Roovers zijn beeld op de wedstrijden van PSV, en meer.

 

De weken van 'Athletico heeft een Groot Hart'

Het waren de weken van Madrid vs. Madrid. Van de Bende van Athletico vs. de Sterren van Real. Van de Argentijnse straatvechter vs. de gesoigneerde pasta-eter. Van de rood-witte Armada vs. de maagdelijk witte Galacticos. Van het Volk vs. de Glamour. Met afgelopen zaterdag de apotheose. Real pakte La Decima,

 

Het waren dan ook de weken van het Madrileense frame. Voor wie het niet weet: een frame is een wijze van communicatie waarmee doelbewust situaties in eigen voordeel worden gedraaid. Zoals de 'Tsunami van Islamisering' van Geert Wilders, de meester van het frame. Of 'Ben jij nou zo dom of ik zo slim', het onbedoelde frame waarmee Louis van Gaal de gehele journalistiek op één hoop te kijk zette. Het Madrileense frame was subtiel en alom aanwezig: 'Athletico heeft een groot hart'. Een frame ook dat alle wetenschappelijke kenmerken van een frame bevatte. Een frame heeft namelijk zes belangrijke kenmerken: het blijft plakken, we kunnen het er alleen maar mee eens zijn, er zit een schurk in, de tegenstander moet er in trappen, het appelleert aan een onderbuik gevoel en het geeft uitweg aan een moreel dilemma.

 

'Athletico heeft een groot hart' werd subtiel tot ons gebracht. Centraal stond coach Diego Simeone, de straatvechter die in een onberispelijk maffiapak - John Travolta droeg het in Pulp Fiction - zijn team en publiek continu in vuur en vlam zet. De volksjongen uit Buenos Aires die tijdens de warming-up voor elke wedstrijd vijf minuten met vrouw en kinderen belt, achtergebleven in Argentinië. Een persoonlijke opoffering voor het grotere doel. Een man vanuit ons midden. Een man met een groot hart. De centrale rol van Diego Simeone wordt ondersteund door de vergelijkingen met andere clubs ('het Feyenoord van Spanje'), de verhalen over recente degradaties, het rommelige Estadio Vicente Calderon en het licht dat de club in sombere Spaanse tijden voor het Madrileense gepeupel is. Een team zonder sterren. Eén voor allen, allen voor één. Een baken van hoop in de toenemende globalisering en commercialisering van het mondiale voetbal.

 

Daar tegenover staat het beeld van de Galacticos van Real, onder leiding van de onberispelijke Milanese modekoning Carlo Ancelotti. De club die boven alles uitstijgt. Een commerciële machine die tot in de diepste uithoeken van Azië zijn maagdelijk witte shirts aan de man brengt. Een merk dat € 94 miljoen betaalde voor het merk Christiano Ronaldo en € 100 miljoen voor het merk Gareth Bale. En deze € 100 miljoen was de laatste weken het meest genoemde geldbedrag uit de historie van de TV. Real, de club van het grote geld, het grote merk en de grote namen. Waaraan zo nu en dan fijntjes de vroegere band met dictator Franco werd toegevoegd.

 

Een écht frame dus. Het volkse, opstandige, karakter van Athletico bleef plakken. Een club voor het gepeupel, iedereen sprak over passie. Real Madrid, Gareth Bale en Christiano Ronaldo waren de schurken, die volledig los waren komen te staan van mensen zoals u en ik. Mensen die elke dag van 8 tot 17 uur hard moeten werken, of misschien zelfs geen werk hebben. Mensen met zorgen over geld, kinderen en buurt, en met dromen die ooit misschien toch werkelijkheid zouden kunnen worden. Iedereen was het er over eens. Real als de perverse, Koninklijke, uitwas van het hedendaagse voetbal. De verpersoonlijking van de macht van het geld. En daartegenover Athletico: het nieuwe baken van licht, onder leiding van onze nieuwe socialistenleider Diego Simeone. Ché is dood, lang leve Diego!

 

In dit frame keek ik afgelopen zaterdag naar Athletico-Real, de finale van de Champions League. En ik zag dat beide teams volledig in het frame waren gestapt. De cast was perfect. In het rood-wit een stel lelijke, onbehouwen Spaanse en Zuid-Amerikaanse jongens. Juanfran, de jongen die zomers de camping bestiert, het gras maait en de vuilnisbakken leegt. David Villa, die de bar en de receptie doet. Sosa is uitsmijter bij de plaatselijke disco. En Thibaut Courtois, de slungelige puber uit Wallonië, die zojuist als toekomstige schoonzoon kennis is komen maken. Zijn vader is werkeloos mijnwerker. Daartegenover het Wit. Het zojuist nog in de kleedkamer gecoiffeerde hoofd van Ronaldo. Het subtiel opgeschoren kapsel van Benzema. De nonchalant vastgezette kroesjes van Marcelo. En de urenlang bijgewerkte baard van Carvaljo. Zelf een robuuste verdediger als Sergio Ramos kan niet anders dan dagelijks zijn koffie bij de kapper drinken. Het frame was compleet. De regie totaal. En ik kon maar één ding denken, ehhh, …. voelen. De redding is nabij. Athletico heeft een groot hart.

In 'De Week Van' geeft Geert Roovers zijn beeld op de wedstrijden van PSV, en meer.

 

 

De week van Liesbeth en Marco

Mooier dan op deze foto gaat het niet worden. Mooier dan op deze foto gaan de jaren '80 nooit meer zijn. Bent u opgegroeid in de jaren '80? Dan is dit stukje voor u bedoeld. Bent u van een decennium eerder of later? Dan zult u wat minder plezier aan dit stukkie beleven. Ik heb namelijk de ultieme foto uit de jaren '80 gevonden. Meer jaren '80 krijgen is onmogelijk. Alles staat op deze foto.

Ik ben groot geworden in de jaren '80. Ik was 12 in 1980, en 22 in 1990. Maakte alles bewust mee: de donkere crisisjaren, kernbommen, Margareth Thatcher, Tjsernobyl, U2 en the Cure, Stock, Aitken en Waterman en tenslotte de Val van de Muur. De jaren '80 die tegenwoordig vooral nog terug komen in feestjes met Rick Ashley, de Dolly Dots en Kylie Minogue, feestjes met schoudervullingen en getoupeerd, geblondeerd haar. Met ABC en Spandau Ballet. De enige periode sinds de jaren '70 ook, waarin Oranje zowel niet mee mocht doen (WK Spanje, WK Mexico) én daadwerkelijk iets won (EK Duitsland). Die prachtige jaren '80.

Het komende WK mogen we wél meedoen. En in het kader van dit WK bracht Volkskrant Magazine een mooie categorisering van spelersvrouwen. Met - vooral - het WK-team van '74 als basis onderscheidt de Volkskrant-redactie vijf typen spelersvrouwen: (1) de Volksmoeder (Truus van Hanegem), (2) de Liefde voor het leven (Danny Cruijff), (3) de Grote Onbekende (Corrie Rensenbrink), (4) de Carrièrevrouw (Nada van Nie) en (5) de Golddigger (Maya Suurbier). Typen die zo één op één op de huidige spelersvrouwen te plakken zijn. Denk maar eens aan Yolanthe en Sabia, aan Olcay en Sylvie, de vrouwen van Robben, van Bommel en Frank de Boer. Zo te plaatsen. Alleen die volksmoeder, hebben we die nog? Ik kom niet verder dan Truus van Gaal.

Een mooi categorisering. Zeker. Maar mijn oog viel op de volgende foto: klik hier, zie ook Volkskrant Magazine. Onder de categorie 'de Grote Onbekende' figureert hier Liesbeth van Capelle. Vrouw van Marco van Basten. In de ultieme jaren '80 foto. En hier onderscheiden zich dan de lezers die wél, en die níet in deze periode groot zijn geworden. Zij die direct snappen wat ik bedoel. En zij die dit niet doen. Een prachtige foto, genomen op 21 juni 1988. Een foto die voor de '80- ers onder ons direct een aantal belangwekkende vragen oproept:
  1. Op welke lied dansen Liesbeth en Marco? Rick Astley, inderdaad? Never gonna give you up, of Whenever you need somebody? Dancing on the ceiling, Lionel Ritchie? Wham!? Nee, gezien de houding kan het maar één nummer zijn: Don't you, van de Simple Minds.
  2. Hebben de andere voetbalvrouwen óók hun tasje nog om, of hebben ze die voor zich op de vloer gezet?
  3. Wie heeft die prachtige riem van Marco gekocht? Hijzelf? Nee, ik denk het niet. Ik denk dat Liesbeth die alléén heeft gekocht, en op 5 december 1987 aan Marco kado heeft gedaan. Maar het kunnen ook haar ouders zijn geweest.
  4. Zou Liesbeth alleen, of met haar zus, naar de kapper zijn geweest?
  5. En dan die datum! Wie kent hem niet? Duitsland-Nederland! 3 uur voordat deze foto is genomen, heeft Marco de beslissende 2-1 onder Eike Immel geschoten, en daarmee Nederland naar de finale,.
  6. Wie zou deze foto hebben genomen? Ruud Gullit? Kees Jansma? Rinus Michels? Berry van Aerle?
  7. Wat doen de anderen op dit moment? Ik schat in dat naast Marco ook Frank Rijkaard, Gerald Vanenburg en Erwin en Ronald met hun eegas op de dansvloer staan. Ruud staat rustig van het ene naar de andere been wippend langs de dansvloer, terwijl Yvonne, met de dames Kieft en Suvrijn, alleen staat te dansen.

Ik kan zo nog uren doorgaan. Tientallen vragen schieten door mijn hoofd, terwijl ik naar deze sublieme foto kijk. De avond van Duitsland-Nederland. 21 juni 1988. Terwijl ik op mijn fiets, met iets te veel biertjes op, van Werner naar huis reed, stonden Liesbeth en Marco te dansen. Met een riem van de V&D, en een blouse met schoudervulling van de Fooks. En Simple Minds in ons hoofd. Mooier is het leven nooit meer geworden.

PS1: Voor wie niet in de jaren '80 is geboren, hierbij een snelcursus in vijf linkjes:
PS: Vragen over wie de voetballers van Nie en Suvrijn zijn, zijn niet ontvankelijk.
In 'De Week Van' geeft Geert Roovers zijn beeld op de wedstrijden van PSV, en meer.

De weken van 5-3-2

Al weken woedt de discussie over het systeem van Oranje en de keuzes van onze bondscoach, Louis van Gaal. Louis koos voor 5-3-2, en sindsdien is het landt in rep en roer. Van Gaal wordt door het ene landsdeel beticht van het bezoedelen van de ‘Hollandse School’, door het andere deel van ‘realisme’. De één vindt dat hij zijn principes verloochent, de ander wijst naar de keuze als hét bewijs van Louis’ vakmanschap. Ik heb me in deze discussie tot nu toe stil gehouden. Maar met de kwartfinales in het vooruitzicht, kan ik me dat niet meer permitteren. Tenslotte promoveerde ik twee jaar geleden op systemen en systeembenaderingen in een politieke omgeving. Als dus iemand iets over het systeem van Van Gaal mag zeggen, ben ik het wel. Bij deze dus.

´In Nederland wordt veel met het 4-3-3-systeem gespeeld. In de aanval is vooral de positie van vleugelaanvallers van belang. Deze kunnen bij wijze van spreken aan de zijlijn staan (met het kalk op de schoenen) maar ook veel meer naar het midden. Hiervan is sprake bij het kerstboomsysteem (4-3-2-1), dan opereren beide vleugelspitsen als een soort aanvallende middenvelders, hierdoor zal het bij balbezit van de tegenstander 4-5-1 spelen en bij eigen balbezit 4-3-3.´(Wikipedia)

Een systeem is een stelsel van elementen waartussen interactie plaatsvindt. Senge spreekt over een ‘als één geheel ervaren stelsel waarvan de elementen samenhangen’. Sterker nog, een systeem bestaat uit subsystemen waartussen feedback en feedforward loops bestaan, en waarbinnen zogenaamde ‘niet lineaire relaties’ optreden. Een systeem kan fysisch zijn (zoals een rivier), sociaal (zoals een stad) of zelfs fysisich-sociaal (stad aan de rivier). De werking van systemen kent vaak grote onzekerheden – denk aan het klimaatsysteem of de integratie van Marokkanen in een stadswijk. Ook is ieder systeem weer onderdeel van een groter systeem: het ‘system of systems’-concept - denk aan Marokkanen in een stadswijk aan een rivier die onder invloed staat van klimaatverandering. Hierdoor kan ook zogenaamde emergentie optreden: onverwachte en onvoorspelbare reacties van een systeem. Het klassieke voorbeeld hiervan is de vlinder die elders op de wereld een orkaan kan veroorzaken. En om terug te komen bij de keuze van Van Gaal: we zagen het ook bij Oranje, in die fabuleuze tweede helft tegen Spanje. Emergentie is niet te onderschatten.

´Dit was in ieder geval de beste manier om Spanje te bestrijden. Mooi dat de combinatie tussen resultaatvoetbal en aanvallen ook mogelijk is.´ (Louis Van Gaal, na Nederland-Spanje)

Louis van Gaal moet keuzes maken. Beslissingen nemen. Om de kans op winst voor zijn ‘Oranje-systeem’ zo groot mogelijk te maken. Senge stelde dat ‘mensen de neiging hebben zich op onderdelen van het systeem te richten, in plaats van op het geheel.’ Dit kan tot waardevolle inzichten leiden, maar vooral tot het over het hoofd zien van samenhang en mogelijke effecten. Om het geheel te kunnen overzien, is een systeembenadering noodzakelijk. ‘Een systeembenadering is noodzakelijk om gefundeerde, valide besluiten over ingrepen in een systeem mogelijk te maken’, schreef ik in mijn proefschrift. 5-3-2 is een systeembenadering. 1-5-3-2 ook. Echter, een systeembenadering vraagt om keuzes. Keuzes over de begrenzing van het systeem, welke subsystemen worden beschouwd, welke onzekerheden, etc. Kijken we in een stad alleen naar de effecten van klimaatverandering, of ook naar integratie? Kijken we alleen naar de 11 basisspelers, of ook naar de wisselspelers en de staf? Een systeembenadering is dan ook een sociale constructie: wat in de systeembenadering een plek krijgt hangt af van wat de opstellers er van belang achten. Systeembenadering zijn ‘as much political as they are science’. En dit heeft drie belangrijke consequenties.

‘Bij 4-3-3 kunnen we van achteruit veel makkelijker opbouwen. Dat hebben we nu twee keer gezien. Eigenlijk is dat 5-3-2-systeem twee keer mislukt.’ (Co Adriaanse na Nederland-Australië). Op VI.nl: ‘De term 5-3-2 is in feite wat verwarrend; het klinkt alsof het veel defensiever is dan 4-3-3, omdat er een aanvaller is ingewisseld voor een verdediger. Ja, het zijn wat meer verdedigers, maar dat hoeft niet gelijk te betekenen dat je meer verdedigend gaat spelen. Wie de 5-3-2-benaming hanteert, rekent de diepe backs als verdedigers. Eigenlijk is 3-4-1-2 een betere benaming voor het systeem.’

De eerste consequentie is dat de keuzes in een systeembenadering de ruimte aan oplossingen beperken. Door de systeembenadering van Oranje te beperken tot 11 spelers op het veld, verdeeld over vier zones (goal – verdediging – middenveld – aanval) blijven oplossingen buiten beeld. Bijvoorbeeld oplossingen die liggen bij spelers die in een wedstrijd in meerdere zones spelen (interactie tussen elementen), de individuele kwaliteiten van spelers (subsystemen binnen het systeem) of het gebruik van wisselspelers (begrenzing van het systeem). De keuzes die Louis van Gaal maakt volgen uit zíjn benadering van het systeem, en wat híj belangrijk vindt. En daarmee beperkt hij zich – per definitie. Omdat anderen (spelers, staf, media en fans) andere keuzes maken en een andere benadering gebruiken, leidt de noodzaak tot keuzes ook tot potentieel onbegrip en miscommunicatie. Bijvoorbeeld als Louis in de media uitlegt dat 5-3-2 eigenlijk 3-4-3 is. En niemand dit snapt, of wil snappen.

Arjen Robben na Nederland-Spanje: ‘Ik heb veel vrijheid voorin en kan meerdere kanten op bewegen. Ik voel me absoluut prettig bij het nieuwe systeem dat Oranje hanteert’. Sceptici zijn er ook; Volgens VI-redacteur Taco van den Velde “is de identiteitscrisis van voetballand Nederland compleet”. Hij vindt het 5-3-2-systeem in alles tegengesteld aan waar het in de Hollandse School om draait, waardoor Nederland er haar voetbalopvatting mee verloochent.’

De tweede consequentie sluit hierop aan: de keuzes die gemaakt worden voor de systeembenadering zullen door anderen ter discussie worden gesteld. Zeker als anderen andere belangen hebben dan Louis van Gaal, zullen zij geneigd zijn zijn keuzes ter discussie te stellen. Bijvoorbeeld Klaas-Jan Huntelaar. Of de pers. Vanuit de bestuurskunde weten we ook dat dergelijke keuzes, indien in kleine, selecte kring gemaakt, draagvlak ontberen en tot problemen zullen leiden: debat, weerstand en verzet. Dit vraagt dan ook om een sterke communicatieve benadering: ondanks dat Louis de baas is, is het handig als hij draagvlak voor zijn keuzes zoekt. En nog beter, deze keuzes samen met die anderen maakt. Zowel met Klaas-Jan als met de pers.

Bert van Marwijk: 'Het is zijn goed recht om voor een 5-3-2 systeem te kiezen, maar dit is niet mijn systeem. Dit is niet zomaar een aanpassing, maar een behoorlijke overgang, die heel wat vergt van spelers.

Tenslotte is het van belang dat complexe systemen een voorkeurstoestand hebben. Een toestand waarin het systeem zich ‘het liefst’ of ‘van nature’ bevindt. Een systeembenadering die dit negeert, loopt de kans beslissingen te ondersteunen die contraproductief zijn. Bijvoorbeeld als een rigide benadering van 5-3-2 geen recht doet aan de natuurlijke neiging van Nederlandse voetballers om via vleugelaanvallers te spelen. Een systeembenadering kan de ‘Hollandse School’ misschien op papier negeren, maar op het veld is dit lastig.

‘Het publiek komt nog steeds naar het stadion, ondanks dat de media veel hebben geschreven over dit systeem, laat Van Gaal optekenen tijdens de persconferentie. Het gaat uiteindelijk altijd om het rendement. Welk systeem ik ook speel, ik pas altijd de principes van de Hollandse voetbalschool toe.’

Goed. In het voorgaande heb ik Oranje neergezet als systeem, en de noodzaak en risico’s van het gebruik van een systeembenadering door Louis van Gaal geduid. Leuk, maar wat hebben we daaraan? Niet veel zou ik zeggen. Het geeft wat inzicht. En verklaring. Maar bovenal: het geeft aan hoe mooi en complex de publieke discussie is: iedereen heeft het over 5-3-2 en de Hollandse School. Maar iedereen bedoelt iets anders. Een wekenlange canon en kakofonie waarin iedereen met elkaar langs elkaar praat over hetzelfde. En daarmee is het Oranje-debat een metafoor voor vele andere. Of het nu gaat over klimaat, economische ontwikkeling of integratie van Marokkanen gaat. Complexe systemen, hetzelfde debat. Iedereen snapt elkaar, maar niemand bedoelt hetzelfde. Zelfs de kenners niet.

In 'De Week Van' geeft Geert Roovers zijn beeld op de wedstrijden van PSV, en meer.
 

Pagina 1 van 12

«StartVorige12345678910VolgendeEinde»